Tenuen van het Korps Rijdende Artillerie
Gevechtstenue cq dagelijks tenue.
Hoofddeksel
Het Korps Rijdende Artillerie heeft als hoofddeksel geen baret zoals alle ander wapen – en dienstvakken. Als hoofddeksel heeft men naar traditie de kwartiersmuts ook wel rijdersmuts genoemd. Deze kwartiersmuts is uitgevoerd in de korpskleuren donkerblauw en geel. De kwartiersmuts heeft als basiskleur donkerblauw en de biezen zijn geel aan de voorkant bevind zich het welbekende artillerie embleem bestaande uit de kruiskanonnen met kroon in geel uitgevoerd. Aan de voorzijde van de kwartiersmuts is een kwast bevestigt in de kleur geel voor de rijders/ soldaten en onderofficieren en goudkleurig voor de officieren;de rang van luitenant heeft hierbij een dunne kwast: genaamd torsades en bij de rang van kapitein en hoger heeft met een gekrulde, dikke kwast genaamd bouillons De kwast is afgeleid van het ceremoniële tenue waarbij hij bevestigt is aan de kolbakzak. In de tijd dat er nog geen strepen en sterren bestonden als rang bepaalde de kwast met zij vorm en kleur de rang.

Kraagpatten
Op de revers van het tenue draagt men het wapenembleem van de rijdende artillerie. Op het donkerblauwekraagpat zijn de kruiskanonnen aangebracht met een geborduurd geel Rijderslis. Ook het Rijderslis is afgeleid van het ceremoniële tenue.
Halsdoek
De halsdoek in de korpskleuren wordt alleen gedragen in opdracht van de korpscommandant.
Ceremonieel tenue (CT)

Algemeen.
Het CT bestaat uit de volgende onderdelen:
Dolman: Korte, donkerblauwe jas met opstaande kraag. De dolman is aan de voorkant borduurt met dubbele lissen van geel katoen voor de officieren geldt dat ze geborduurd worden met gouddraad. Verder wordt de dolman gesloten met koperen knopen en lussen. De broek bestaat uit een donkerblauwe pantalon met gele biezen aan de zijnaad. De dolman is van een oorsprong een cavalerie uniform. Om het dolman worden diverse fourages gedragen waaronder om het middel een sjerp welke word bevestigd, net als bij de kwasten zit hierin een rangorde (oranje voor officieren, rood en geel voor de overige rangen) en de bandelier of giberne.
Kolbak: Als hoofddeksel wordt de kolbak gedragen. Vervaardigt van berenvacht was deze kolbak bedoeld om sabelhouwen tijdens gevechten op te vangen. Aan de bovenzijde van de kolbak is de kolbakzak bevestigt die naar rechts afhangt aan het eind hiervan hangt weer een kwast afhankelijk van de rang. Aan de rechterbovenzijde bevindt zich een haak om hieraan de kolbaksnoeren vast te maken deze gaan van voor naar achteren om de kolbak. Tevens wordt het pijnappelsnoer bevestigt aan deze haak. Dit snoer wordt gestoken door een lus aan de onderzijde van de kolbakzak en daarna bevestigd aan de rechter bovenste knoop van de dolman. Het pijnappelsnoer dient om het verliezen van de kolbak tijdens het rijden of vechten te paard te voorkomen. Onderaan de kolbak bevinden zich twee haken met leeuwenkoppen hieraan wordt de kinketting bevestigt. Aan de voorzijde van de kolbak is een pompon aangebracht in de kleur oranje, symboliserend de band van het Korps met het huis van Oranje.
Schoeisel: Bij het CT worden enkelhoge laarzen gedragen zonder veters, bottines en voorzien van balsporen.
Fourages: het aantal kwasten, vorm en kleur geven de rang van de persoon aan. Men kan hierin het volgende onderscheiden:
Adjudant/ kornet: twee kwasten van zeer dunne gouden franje.
Tweede luitenant: twee kwasten van dunne gouden franje (torsades).
Eerste luitenant: drie kwasten van torsades (een boven, twee onder).
Kapitein: twee kwasten van dikke gouden franje (bouillons).
Majoor: drie kwasten van bouillons (een boven, twee onder).
Luitenant-kolonel: vier kwasten van bouillons ( twee zilveren boven en twee gouden onder).
De bandelier (giberne) is vervaardigd van zwart leder en bestaat uit een riem met gesp waaraan de patroontas is bevestigd. Op de voorzijde van de riem bevindt zich een hartvormig koperen schild, waarin de ruimnaalden of zundgatprikkers zijn gestoken. Deze zijn met koperen kettinkjes vastgemaakt aan een boven het schild aangebrachte leeuwenkop (De ruimnaalden of zundgatprikkers waren vroeger nodig om bij kanonnen van het type voorlader het gat, waar doorheen het kruit van de voortdrijvende lading met een lont werd aangestoken (het zundgat) te reinigen van kruitslijm). De patroontas is voorzien van het artillerie-embleem.
De bottines zijn gemaakt van zwart chroomleer en voorzien van tussenzetsels van elastiek om aan - en uittrekken mogelijk te maken. Aan de hak van de bottines worden met spijkers of schroeven de balsporen bevestigd. De sporen worden zo hoog mogelijk aan de hak vastgemaakt met de bal om hoog gericht.
Extra: Bij dit uniform worden witte handschoenen gedragen.
Vervoer: Het vervoer tijdens de ceremonies gaat per paard.